Ouderenzorg : focus op rusthuisbewoners met lichte afhankelijkheid (profielen O en A)

Het thema institutionalisering van de ouderen is relevant voor het Brussels gewest. In vergelijking met Vlaanderen en Wallonië verblijft immers een hoger aandeel van de ouderen in een rust- en verzorgingstehuis. Meer dan een derde van de bewoners van een rust- en verzorgingstehuis voor bejaarden in het Brussels gewest heeft nog een zekere autonomie (profielen O en A op de schaal van Katz). 

 

Uit een eerste kwantitatieve analyse, waarover eind 2016 de nota ‘Ouderen de rust- en verzorgingstehuizen in het Brussels Gewest. Een stand van zaken in 2016 met een focus op de rusthuisbewoners met profiel O of A’ werd gepubliceerd, bleek dat kansarmoede een belangrijke rol speelt bij de keuze voor een rusthuis ondanks een nog grote fysieke autonomie. Daarnaast komen ouderen vaak na een langdurige en/of herhaaldelijke hospitalisatie in een instelling terecht.

De kwalitatieve analyse, uitgevoerd in opdracht van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn door Sylvie Carbonnelle vanuit het Centre de Diffusion de la Culture Sanitaire, vult deze bevindingen aan. In deze publicatie ‘De profielen van de bewoners O en A in rusthuizen voor bejaarden in het Brussels Gewest: Trajecten, oriënteringslogica, opvang en alternatieven’ wordt het thema via verschillende invalshoeken belicht.

Het eerste luik van het onderzoek toont een sterke heterogeniteit aan van profielen uit de Katz-categorieën O en A: mensen kiezen voor een instelling net om zijn ‘zelfstandigheid te behouden’, zoeken bescherming in een ROB, kennen een belangrijke vorm van fysieke kwetsbaarheid, worden ‘sociaal geplaatst’, gaan naar een ROB na een institutioneel traject, enz.

Naast de (gedwongen) keuze van de personen zelf, speelt ook het institutionele beleid van het rusthuis een belangrijke rol. Vaak worden de O- en A profielen op een specifiek moment georiënteerd naar een ROB, een hospitalisatie speelt hierbij vaak een sleutelrol. Het kan eveneens een gevolg zijn van het verlies van de woning om diverse redenen, of de doorverwijzing gebeurt door diverse sociale diensten die de ouderen niet (voldoende) kunnen helpen. Daarnaast geeft de studie enkele inzichten over de mogelijke alternatieven voor institutionalisering voor de profielen O en A. Tot slot geeft de studie enkele pistes voor de toekomst mee. 

Download