De GGC

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) speelt in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest een belangrijke rol op het gebied van Bijstand aan personen en Gezondheidszorg. De GGC werd opgericht op 1 januari 1989 en vormt een vierde Gemeenschap, naast de Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap.

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) regelt en beheert voornamelijk de persoonsgebonden aangelegenheden (Gezondheidszorg en Bijstand aan personen) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze is bevoegd voor de personen (de Brusselaars, maar ook de begunstigden van de diensten van de instanties uit de gezondheids- en welzijnssector) en voor meer dan driehonderd tweetalige instellingen en diensten (ziekenhuizen, OCMW's, verzorgingsdiensten, opvangcentra, enz.) binnen deze sectoren. De GGC omvat eveneens, binnen haar structuur, het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, een studiedienst voor gezondheid en bijstand aan personen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De GGC fungeert ook als een overlegorgaan, met als doel een maximale samenhang te realiseren tussen het beleid van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap in het Brusselse Gewest. Delegaties uit de hele wereld laten zich trouwens inspireren door dit unieke Brusselse model, dat toelaat dat verschillende Gemeenschappen met respect voor elkaar op hetzelfde grondgebied kunnen samenwerken.

In het kader van het Institutioneel akkoord voor de zesde Staatshervorming van 11 oktober 2011 kreeg de GGC belangrijke extra bevoegdheden ten voordele van de Brusselaars en van de in het Brussels Gewest gevestigde inrichtingen, centra en diensten.

De organen van de GGC

Net zoals de andere gemeenschapsoverheden beschikt de GGC over een wetgevend en een uitvoerend orgaan:

  • de Verenigde Vergadering is het wetgevende orgaan van de GGC; ze is samengesteld uit dezelfde verkozenen als het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
  • het Verenigd College is het uitvoerende orgaan van de GGC; het bestaat uit vier ministers (twee Franstalige en twee Nederlandstalige) van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (met beslissende stem), en uit de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, het Brusselse lid van de Franse Gemeenschapsregering en het Brusselse lid van de Vlaamse Regering (met uitsluitend raadgevende stem).

De GGC oefent haar bevoegdheden voornamelijk uit via ordonnanties. De ordonnanties staan gelijk met een wet (wetgevend instrument op federaal niveau) en met een decreet (wetgevend instrument op Gemeenschapsniveau); ze worden aangenomen bij volstrekte meerderheid van stemmen in elke taalgroep (Franse en Nederlandse) van de Verenigde Vergadering.

De Administratie van de GGC (de diensten van het Verenigd College) staat ten dienste van de Brusselaars en van meer dan driehonderd instellingen, die duizenden banen en tienduizenden gebruikers en begunstigden vertegenwoordigt.

De ordonnantie van de Verenigde Vergadering van de GGC van 13 december 2016 voorzag in de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag Deze tweede administratie van de GGC, genaamd Iriscare, zal met name belast zijn met verschillende bevoegdheden als gevolg van de Zesde Staatshervorming. De oprichting ervan is nog niet effectief. Iriscare zal pas op 1 januari 2019 in werking treden.

Toepassingsgebied

De GGC richt zich zowel tot:

  • alle Brusselaars (Franstalig, Nederlandstalig en anderstalig);
  • de bicommunautaire instellingen voor Gezondheid en Bijstand aan personen (gemeenten, OCMW's en elke privéinstelling die geen keuze heeft gemaakt tussen de Franse of de Vlaamse Gemeenschap);
  • alle begunstigden van deze instellingen.

Budget

De GGC kan leningen aangaan en over een eigen begroting beschikken. Ze beschikt niet over een eigen fiscale bevoegdheid. De Verenigde Vergadering stelt jaarlijks haar inkomsten (middelenbegroting) en uitgaven (uitgavenbegroting) vast.

Historiek

De wetten van augustus 1980

Vanaf 1980 ressorteerden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de zogeheten persoonsgebonden aangelegenheden "gezondheidszorg" en "bijstand aan personen" onder de bevoegdheid van zowel de Vlaamse en de Franse Gemeenschap als van de federale overheid.

De bevoegdheid van de Gemeenschappen was in die tijd echter heel beperkt. Ze sloeg enkel op de instellingen die, wegens hun organisatie, beschouwd moeten worden als uitsluitend behorend tot de ene of de andere Gemeenschap.

Ze waren daardoor niet bevoegd voor:

  • maatregelen die rechtstreeks op personen toepasselijk zijn;
  • openbare instellingen zoals de gemeenten of de OCMW's;
  • privé-instellingen die, wegens hun organisatie, niet uitsluitend tot de ene of de andere Gemeenschap behoren. 

In al die gevallen bleef de federale overheid bevoegd.

De Staatshervorming van 1988

Bij de Staatshervorming van 1988 werden de gemeenschapsbevoegdheden binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest herverdeeld.

Dat leidde in 1989, met de afkondiging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen en in het bijzonder haar Boek III, tot de oprichting van 3 Gemeenschapscommissies, om tegemoet te komen aan de Brusselse specificiteit en om de diversiteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te waarborgen:

  • de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF), die afhangt van de Franse Gemeenschap;
  • de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), die afhangt van de Vlaamse Gemeenschap;
  • de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), die onafhankelijk van beide Gemeenschappen en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt en om die reden beschouwd wordt als de vierde Gemeenschap in België, naast de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap.

Krachtens de Grondwet is de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor:

  • maatregelen die rechtstreeks op personen toepasselijk zijn;
  • de instellingen, centra en diensten die, wegens hun organisatie, niet kunnen worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of de andere Gemeenschap.

Uitbreiding van de bevoegdheden van de Franse Gemeenschapscommissie in 1994

De Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) traden aanvankelijk op als ondergeschikte besturen van respectievelijk de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, m.a.w. onder hun toezicht en in een aanvullende rol.

In 1994 werden de bevoegdheden van de COCOF uitgebreid: de Franse Gemeenschap droeg een aantal bevoegdheden - hoofdzakelijk op het vlak van de curatieve gezondheidszorg en bijstand aan personen - integraal over aan de COCOF, waarin deze nu autonoom kan optreden en waarvoor ze over een normatieve bevoegdheid beschikt (ze kan decreten aannemen). De Franse Gemeenschap bleef zelf bevoegd voor een aantal persoonsgebonden aangelegenheden zoals preventie, gezondheidsopvoeding, het Office de la naissance et de l'enfance (ONE) en de jeugdbescherming. De Vlaamse Gemeenschap droeg geen bevoegdheden over, waardoor de VGC niet over normatieve bevoegdheden beschikt.

Uitbreiding van de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

Sinds 1 juli 2014 kreeg de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) belangrijke extra bevoegdheden krachtens de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming. De GGC eigende zich geleidelijk aan de uitvoering van deze bevoegdheden toe.

Relevante wetgeving: 

Delen